Bodemonderzoek Diffuus lood

Lood in de bodem kan een risico zijn voor de gezondheid, vooral voor jonge kinderen. Onderzoek laat zien dat de huidige grenswaarde voor lood in de bodem kinderen niet genoeg beschermt.

De GGD adviseert gemeenten over gezondheidsrisico’s in de omgeving en hoe zij bewoners hierover kunnen informeren. In 2016 maakte de werkgroep Bodem van GGD GHOR Nederland een advies over lood in de bodem en gezondheid. Dit advies helpt gemeenten om een eenduidig beleid te voeren.

Gemeenten, provincies en omgevingsdiensten vroegen daarna hoe zij dit advies in de praktijk kunnen toepassen. Daarom gaf de werkgroep in 2016 een korte toelichting bij het advies.

Sinds 2016 is er nieuwe informatie beschikbaar over de effecten van lood op de gezondheid. Deze nieuwe inzichten zijn de reden om de toelichting te actualiseren.

Bodemonderzoeken

De provincie Noord-Brabant doet onderzoek naar lood in de bodem. Dit gebeurt op plekken waar mensen contact hebben met de grond, zoals onverharde speelplaatsen en moestuinen. Ook in onze gemeente wordt onderzoek gedaan. De gemeenteraad is hierover geïnformeerd.

De provincie neemt zelf contact op met basisscholen en beheerders van moestuinen. Op openbare speelplaatsen kunnen zij direct aan de slag.

De onderzoeken vonden plaats op 8, 9, 10, 12 en 15 juni.

Tijdens het onderzoek worden met de hand een aantal kleine boringen in de grond gemaakt. Daarna nemen ze bodemmonsters. Per locatie duurt dit ongeveer een uur.

Hoe komt lood in de bodem?

Vroeger werd lood veel gebruikt. Het zat bijvoorbeeld in verf, waterleidingen, benzine en dakplaten. Het was toen nog niet bekend dat lood slecht voor de gezondheid is. Afval met lood gooiden ze op de grond. De grond is vervolgens gebruikt om bijvoorbeeld gedeelten op te hogen. Zo kwam op verschillende plekken lood in de grond. Lood blijft daar dan liggen, want het verplaatst zich niet via water of lucht. Het breekt ook niet af in de grond.

Heb je vragen?

Heb je vragen over lood? Of maakt je je zorgen over je gezondheid? Neem dan contact op de met de GGD.